Verhalen uit Winde: Peizerweg/omgeving Kiekeveer

Al bijna 25 jaar wonen Luuk en Marty aan de Peizerweg 123 in Winde. Het feit dat Luuk als kind ook een tijdje hier heeft gewoond, levert leuke verhalen op over de historie van hun huis en de buurt er om heen.

Luuk begint te vertellen, dat begin 1900 ene Harm Brink in de boerderij aan de Peizerweg 123 woonde. Harm had de bijnaam ‘Harm Kontie’ en was een bekende persoon in Bunne Winde. Harm was in die tijd namelijk één van de reizende handelaren uit Bunne Winde; hij verkocht met name petroleum en kwam zodoende bij bijna alle bewoners. Wie bij Harm Kontie petroleum kocht, kreeg gratis het krantje ‘De Automaat’. In dit krantje stond ook een vervolgverhaal, dat standaard eindigde met ‘hoe het verhaal verder gaat, staat in de volgende Automaat’.

Het bijzondere is, dat Luuk op zijn 10e een korte periode in het huis ernaast -Kiekeveerseweg 2- heeft gewoond, nog niet wetend dat hij in zijn latere leven jarenlang in Winde zou gaan wonen. Luuk woonde in zijn jeugd met zijn ouders in Eelde. De vader van Luuk reisde dagelijks voor zijn werk door Bunne Winde en wist zodoende, dat in Winde het boerderijtje aan de Kiekeveerseweg 2 voor ƒl 5000,= te koop stond en tipte zijn zus hierover. De ouders van Luuk hadden besloten om met het gezin naar Canada te gaan emigreren, echter na 3 maanden is de familie terug gekeerd naar Nederland en aangezien zij op dat moment geen woonruimte hadden, konden Luuk en zijn familie tijdelijk in de -nog te verbouwen- woning aan de Kiekeveerseweg 2 wonen. Zo kwam het dat Luuk zo’n 50 jaar geleden op zijn 10e reeds korte tijd in Winde woonde; hij ging in Peize naar school, terwijl zijn ouders in hun drogisterij in Heiligerlee werkten. Tussen de middag en na schooltijd waren Luuk’s ouders niet thuis, maar gelukkig hadden zij oppas dichtbij huis weten te regelen, namelijk bij de familie Kok, die achter op Kiekeveer woonden. De familie bestond uit 4 volwassen broers en 1 volwassen zus. Eén van de broers was een stroper en een broer was handelaar, die ook wel ‘Rooie Kok’ werd genoemd. Daarnaast had de familie Kok een boerderij en waren de 4 broers ook bezembinders. Als Luuk tussen de middag van school kwam kreeg hij van de vrouw een dikke plak zelfgebakken brood, goed besmeerd met roomboter en verse melk. Na schooltijd zat hij ook regelmatig bij de bezembinders te kijken, die standaard een fles jenever onder hun stoel hadden staan en onophoudelijk met elkaar aan het praten waren; honderden bezems zijn door de gebr. Kok gebonden en verkocht.

Voor op Kiekeveer -aan de Peizerweg- was in die tijd een klein woonwagenkampje (zie foto) met een tappunt voor water. Aangezien er in het boerderijtje, waar Luuk en zijn ouders tijdelijk woonden, nog geen water was, gingen zij regelmatig water halen bij dit tappunt. De bewoners van de woonwagens waren echter erg op zichzelf, zodat Luuk en zijn ouders nauwelijks contact met hen hadden.

Het boerderijtje aan de Kiekeveerseweg 2 is in de jaren ‘70 door de oom en tante van Luuk verbouwd, waar tante Trijn in die tijd ook een kerstbomenhandel had opgezet. Toen deze handel minder werd, bleven de resterende bomen staan en werd gedurende de jaren erna vervangen door loofbomen. Zodoende ontstond het bosje waarnaast Luuk en Marty nu wonen; een levende herinnering aan zijn tante en aan de tijd dat Luuk in zijn jonge jeugd al kort in Winde woonde.

rechts het woonwagenkampje

Harm ‘Kontie’ Brink voor de boerderij Kiekeveer gefotografeerd. (Bron: boek ‘Van Stoefgat tot Kiekeveer’)