De ervaring van een dorpsgenoot.

Hé, wat leuk; in het hoge gras zuigt een reetje bij de moeder. Ik houd mijn hond bij me, want
die moet het mooie tafereeltje niet verstoren. Ik wandel verder en zie in mijn gedachten
maaimachines komen…
Thuisgekomen laat het me niet los, spring op mijn fiets en stel het avondeten wel uit.

“Goedenavond, je gaat vast binnenkort maaien, er zitten reeën in het hoge gras.
Een moeder met jong. Je zult het ook wel zien, maar ik geef het toch maar even door.”
“Ha, mooi dank, we houden er rekening mee.”

Wat is dat? Mijn hond kijkt het weiland in. Het gras wordt gemaaid. De bestuurder van de
trekker stapt toevallig net nu af, loopt naar iets toe en pakt iets op dat er slapperig uitziet.
Beweegt het? Niet te zien.

Later toch eens kijken. Ai, het is het reetje. Dood! Zijn achterhoeven zijn kapot. Kon het
anders? Sommige trekkerbestuurders maaien niet van buiten naar binnen. Zij beginnen om
wild te laten vluchten van binnen naar buiten of eerst banen te maaien. Of hebben kettingen
aan de maaibalk hangen om dieren aan het schrikken te maken. Niet te snel maaien helpt ook
al. En kunnen nieuwe technieken helpen? Warmtecamera, drone?
Ingewikkelder en lastiger, maar wel fijn voor dieren.

Henk Bakker, Winde