Het leek te mooi om waar te zijn. Eind 2020 kregen Bart Jan en Jeanet de mogelijkheid zowat in de schoot geworpen om Groningen te verruilen voor Winde. Voor Bart Jan zou dat een gevalletje van thuiskomen betekenen, na 28 jaar afwezigheid zou hij op een steenworp afstand van zijn ouderlijk huis komen te wonen. Iets om even over na te denken, maar al na één nachtje wikken en wegen besloten ze ervoor te gaan. Helaas zou de verhuizing pas plaatsvinden op 25 april van dit jaar! Vijf en half jaar duurde het voordat ze er in konden.

Want hun pad van stad naar platteland ging niet bepaald over rozen. Dat er het een en ander aan de oude woning vertimmerd moest worden, stond vanaf het begin als een paal boven water. Dat een renovatie niet zou volstaan, wisten ze. Maar toen herbouw helaas ook geen haalbare kaart bleek, bleef nieuwbouw als enige reële optie over. Voordat echter met de bouw kon worden gestart, werd hun geduld wel even op de proef gesteld. Omdat de oude woning een agrarische bestemming had, moest het bestemmingsplan via de provincie worden aangepast. Vervolgens moest er ook een schone grondverklaring komen, waarvoor zelfs twee bodemonderzoeken nodig waren. En omdat vleermuizen en marters het pand leken te hebben ontdekt, kwam er ook nog een ecologisch onderzoek overheen. Allemaal zaken die zoals de dingen gaan even tijd kosten. Maar, uiteindelijk gingen alle seinen op groen en konden ze eindelijk aan de slag. En dat hebben ze voortvarend gedaan. In vergelijking met het lange voortraject stond het grotendeels geprefabriceerde huis er in een mum van tijd. Ze wilden een huis dat zoveel mogelijk op de oude woning leek en met de hulp van een architect en een aannemer zijn ze in die opzet meer dan geslaagd. Al is het nieuwe huis, vanwege de wel heel grote deel van het oorspronkelijke huis en wat technische complicaties, wel wat kleiner geworden. “Maar, groot genoeg voor twee personen”, zeggen ze zelf. “In Groningen hadden we 68 m², nu 165 – meer dan zat”.

Dat het huis zo goed als klaar is, betekent nog niet dat ze op hun lauweren kunnen rusten. Zo vraagt ook de tuin de nodige aandacht. Samen met Drents Landschap hebben ze allerlei inheemse soorten in de houtwal bij gepoot en fruitbomen geplant. Midden in het grasveld is een mooi stuk ingezaaid met wilde bloemen en langs de rand komt zelfs spontaan een enorme zonnebloem op. Het zijn nog maar de eerste contouren van hoe de tuin eruit moet komen te zien. Een mooi project waar vooral Jeanet zich op lijkt te gaan storten. Dat betekent niet dat Bart Jan ondertussen stil gaat zitten. Het is zijn plan op niet al te lange termijn zelf een schuur te bouwen en misschien zelfs een stookhok. De materialen liggen al klaar en zijn handen beginnen al iets te jeuken.

Voor Bart Jan is Winde dus vertrouwd terrein. Na zijn vertrek uit Winde woonde hij korte tijd in Leek en vervolgens jarenlang in Groningen. Eerst aan het Boterdiep, later samen met Jeanet in De Wijert. Jeanet kwam al op haar vijftiende in de stad terecht. Het platteland kende ze niet van huis uit, maar ze voelt zich in Winde prima thuis. Dat komt ook doordat de familie van Bart Jan in Bunne en Winde woont. Ze kwamen hier dus al regelmatig en kenden daardoor al veel mensen.

Jeanet begon haar werkzame leven in een slagerswinkel. Erg leuk, maar door lichamelijke klachten moest ze iets anders gaan doen en schoolde ze zich om richting personeels- en salarisadministratie. In de loop van de jaren is ze doorgegroeid naar salarisadministrateur en werkt ze met veel plezier al jaren bij een accountantskantoor in het centrum van Groningen. Ook Bart Jan is een man van de cijfers. Als assistent-accountant heeft hij zowel in loondienst als zelfstandig op veel verschillende plekken, uiteenlopend van Paterswolde tot Hoogeveen en Meppel, gewerkt. Momenteel zit hij op fietsafstand aan de zuidkant van de stad weer bij een kantoor. En dat is gezien de vele plannen op hun nieuwe plek in Winde dikke prima.

Inmiddels zijn ze in Winde helemaal gesetteld en krijgen ze iedere keer dat ze de oprit oprijden weer een vakantiegevoel. Want ten opzichte van de stad is het hier ’s nachts pas echt donker en hoor je bosuilen in plaats van auto’s en brommers. En overdag groet iedereen elkaar nog, zelfs als je elkaar niet kent. Na de stroeve opstartfase loopt het nu gesmeerd en genieten ze volop van de rust, de ruimte en het dorpsleven. De hobbels op hun weg hiernaartoe zijn ze al lang weer vergeten. Eind goed, al goed.