Huis te Bunne 1997
Voormalige Burcht van Bunne een startpunt voor geschiedenis werkgroep.

We zijn in BWB een geschiedenis-werkgroep gestart. Doel is om oude verhalen en verdere bijzonderheden van onze omgeving op te graven en vast te leggen. We willen daarbij uitgaan van een pand of locatie en daar verhalen, foto’s, interviews, enz aan vast hangen. Dit alles wordt toegankelijk gemaakt via onze dorpswebsite; de Neisputter.

Een mooie start van dit geschiedenisproject is uiteraard de voormalige burcht. Deze stond vanuit Bunne gezien aan het eind van de Burchtweg, rechts, even voor de rotonde. Op die locatie staat nu een boerderij waarin resten van de burcht verwerkt zijn. In 2014 is in de “Vriezer Cronieck” – het periodiek van de Historische Vereniging Vries – een prachtig artikel over deze burcht gepubliceerd, geschreven door Wil Boezen e.a. We nemen dit artikel onder dankzegging naar de vereniging hier integraal over.

Reacties naar: info@neisputter.nl

‘Vanden Huyse van Bun’
Wil Boezen

Eén van de teksten in deze kroniek luidt als volgt:

Vanden Huyse van Bun
In ’t jaer ons Heeren m cc | xx ii (1272) soo hadden veel gueder hoefschappen (hoeven/hoven) ende ander luden der oirden voel erven (veel erven van andere mensen van de orde), venen ende ander gue- den (bezittingen) in ’t Oversticht van Utrecht in Drenthe. Ende daer stichte die Oirde (Duitse Orde) een huijs in der boertschap (buurtschap) van Bun in dat selve jaer op dat erve dat die Oirde gegeven was. Ende daer wert een convent (klooster) van jonckvrouwen off susteren van der oirde. Ende het was lange onder balijen (een rechtsgebied van de Duitse Ridderorde), mer (maar) bij heeren Goessens Tijden van Garner soo betaelde(n) die lantcommandeur (stond aan het hoofd van een Balije) heer Gosen voorss. (voorschreven; eerder in de tekst geschreven) der Balijen van Westvalen x v hondert pont ende der meijn ick (stel ik vast) dat hij Bun voir kreech.

De Duitse Kroniek is teruggevonden in het ‘Archief De Milly van Heiden Reinestein’; inv. Nr 1623, in het Drents Archief. Deze akte bevat de oudste schriftelijke vermelding van de buurtschap Bunne.

De laatste Kruistocht
Oorlogen zijn van alle tijden. Vaak zijn het godsdienst oorlogen. Dan weer de communisten tegen de kapitalisten. En van Napoleon en Hitler weten we dat hun rijk steeds machtiger moest worden. We zeggen wel eens dat de geschiedenis zich herhaalt. Tijdens de Middeleeuwen was er strijd tussen de christenen uit Europa en de islamieten in het gebied van Turkije tot en met Egypte. De christenen trokken acht keer massaal naar het Midden-Oosten om de heilige plekken en gebouwen te heroveren. De bekende Kruistochten. De Duitse Ridderorde trok ook ten strijde in het Midden-Oosten.

Het huis te Bunne heeft in de Middeleeuwen en daarna raakvlakken met de Duitse Ridderorde die deelnam aan de laatste Kruistocht (1192). Ze waren betrokken bij de verovering van de Turkse stad Acco. In het archief De Milly van Heiden Reinestein treffen we de akte van Bunne aan en krijgen we een beschrijving van de buurtschap in 1272. Zie de oude tekst hierboven. Deze kroniek is omstreeks 1500 geschreven. Het bevat gegevens over kerken, conventen (= kloosters) en huizen van de Balije van Utrecht. Aan het hoofd van een Balije stond een landcommandeur. Hij woonde in het hoofdhuis in Utrecht. In de commanderijen had een commandeur de leiding. Bunne was een commanderij.

De Duitse geestelijke Ridderorde
De Duitse Ridderorde is ontstaan na de 3e Kruistocht (1189-1192) uit een gemeenschap van monniken van adellijke afkomst. Men moest van adel zijn om tot deze orde te worden toegelaten. Bovendien werd verplicht dat de Christelijke kerk en het Heilige Land beschermd werden. Pelgrims op bedevaart naar de Heilige plaatsen in wat nu Israël heet werden door deze Ridderorde eveneens beschermd. De Orde was verdeeld in Balijen of Landscommanderijen. In Nederland werd in 1231 de Balije van Utrecht gesticht. In 1272 werd Bunne geschonken aan het Duitse Westfalen. Bunne behoorde van 1272 tot 1563 tot de Duitse Ridderorde. Alle bezittingen zijn daarna overgegaan in particuliere handen. Johan van Ewsum, eigenaar van Huize Mensinghe in Roden, kreeg het Huis te Bunne in bezit. Het vervallen huis werd opgeknapt en zijn rentmeester Godefridus Hieronymus ging er wonen. Ondanks bezittingen in Winde, Peize, Donderen, Witten kwam de commanderij niet tot bijzondere welvaart. Inkomsten uit goederen in Witten en Norg leverden niet genoeg op. Het ging meer en meer bergafwaarts.

Ludolff van Bunne, geb. 1257
Deze bestuurder, olderman (ambtenaar van de stad Groningen die het stapelrecht in de Ommelanden handhaaft), was lid van het stadsbestuur van Groningen, en behoorde tot de schenkers van goederen uit Bunne en omgeving aan de Balije in Westfalen. Ludolff schonk een erve. Een boerengoed met de landerijen. Hij is vermoedelijk na 1272 toegetreden tot de Duitse Orde. Hij werd zelfs huiscommandeur van de Balije van Utrecht.

Deze functie oefende hij twee jaar uit. Na de overname (1347 en 1350) van de commanderij Bunne door Gosen van Garnaar (genoemd in de akte hierboven), viel Bunne onder Utrecht. Gosen was landcommandeur van de Balije in Utrecht. Hiermee kwam er enige verbetering in de financiële situatie.

Tot 1563
Onder het gezag van de Balije van Utrecht veranderde er niet veel. De belangstelling vanuit het verre Utrecht was gering. Bovendien roofde krijgsvolk van hertog Albrecht van Saksen de commanderij in Bunne geheel leeg. Albrecht probeerde de stad Groningen in 1500 te veroveren. De veestapel kwam om en de landerijen van Bunne lagen lange tijd woest. Een broeder in Bunne, Beernt van Ebbinckhove, bijgenaamd de schele broeder van de Duitse Orde, verzocht in 1434 om overplaatsing uit het ‘arm huseken’ te Bunne. Hij hoopte ergens anders wel zijn brood te kunnen verdienen. De schulden van de commanderij waren groot en het wanbeheer van de commandeurs zorgde voor grote problemen. Onder toezicht van de commanderij van Schoten in Friesland trachtte De Balije van Utrecht de situatie te redden. De gebouwen van het Huis te Bunne waren bouwvallig en een volledige restauratie te kostbaar. Delen van de commanderij en de kapel werden afgebroken. Met het vrijkomend geschikte bouwmateriaal werd het bouwhuis hersteld. De brouwketel werd verkocht. Er zijn geen archiefstukken die kunnen aantonen of de wederopbouw is geslaagd. Melchior de Groot, de commandeur van het Friese Schoten, was overleden. Hij hield toezicht op het Huis te Bunne in opdracht van de Landscommandeur in Utrecht. Later werd hij ook commandeur van het Huis te Bunne en had dus een dubbelfunctie. En in 1563 waren het Huis te Bunne en alle daarbij behorende bezittingen overgegaan in particuliere handen. Johan van Ewsum werd eigenaar.

Na 1563
Johan van Ewsum liet het commandeurshuis opknappen en herstellen, nadat Godefridus Hieronymus overleed (1565). Hieronymus was jurist en kwam uit Groningen. Vanaf dit jaar wordt het huis ‘Huis te Bunne’ genoemd. Johan van Ewsum wilde zijn invloed in Noord-Drenthe verstevigen en uitbreiden. De landcommandeur van de Balije in Utrecht geeft schriftelijk toestemming tot de overdracht van Het Huis te Bunne. Hij stelt als voorwaarden dat alle goederen nauwkeurig worden opgemeten. Het Hof van Friesland moet ook toestemming geven. Commandeur Schoten in Bunne ontvangt een officiële volmacht voor de overdracht in 1564. Johan van Ewsum wordt eigenaar van het Huis te Bunne met al zijn bezittingen. Bovendien kwam het collatierecht van de kerken in Eelde en Vries aan hem. Hij mocht in beide plaatsen de dominee benoemen.

De mogelijk oudste situatie van het Huis te Bunne, gereconstrueerd op basis van het kadastrale minuutplan 1832: a = mogelijke plaats van het oude steenhuis, b = terrein waar bouwhuizen etc. te verwachten zijn, c = locatie mogelijk oorspronkelijke toegang, d = latere toegang?

Na het overlijden van Johan van Ewsum, werd broer Christoffel voogd over de kinderen van Johan. De vrouw van Johan van Ewsum (Anna van Burmania) bleef het beheer over de goederen in Bunne administreren. De kinderen waren Onno, Jurgen en Joost van Ewsum. Joost van Ewsum noemde zich in 1602 nog jonker en hoveling te Roden en Bunne. De kapel in Bunne stond er toen waarschijnlijk niet meer. Er was wel een kerkhof.

Particulier bezit
Joost van Ewsum heeft de gebouwen en landerijen van het Huis te Bunne tot het begin van de 17e eeuw in bezit gehad. Tussen 1602 en 1608 deed hij afstand van de goederen. Vermoedelijk zijn de bezittingen in onderdelen verkocht. Het kerkhof van Bunne behoorde toe aan de familie van Johannes Krijthe. Zij kregen het collatierecht van Eelde van Johan Emans. In 1620 was Daniël van Wahren, een edelman uit Lijfland, eigenaar van het Huis te Bunne. Lijfland was een hertogdom aan de Oostzee, waar nu Estland ligt. Het behoorde bij Zweden. Van Wahren heeft getracht van het Huis te Bunne een ‘Riddermaetige Plaetse’ te maken. Hij had dan recht op een plaats in het bestuur van het Landschap Drenthe. Net als andere eigenaren van havezaten in Drenthe. De ridderschap en eigenerfden in Drenthe hebben tussen 1639 en 1652 de verzoeken om toegelaten te worden tot de ridderschap steeds afgewezen. Het bewijs dat het Huis te Bunne riddermatig was kon niet met documenten worden geleverd. Na 1652 wordt op de landsdagvergadering de beslissing een jaar uitgesteld en vernemen we niets meer van het verzoek. Van Wahren was wel landdagcomparant. Of hij de eed heeft afgelegd is niet zeker. Hij bezat ook het collatierecht van de kerk in Vries. Door vererving en onderlinge ruzies over eigendomsrecht kwamen de goederen in Bunne in handen van de Ubbena’s uit Oude Molen. Later keerde het bezit terug naar de familie van Wahren. Wendela Cornera van Wahren trouwde rond 1673 met Berent van Berum, heer van Luinga en Thedema. Het Huis te Bunne werd verpacht aan Harm Eijssens, 1688 – 1695. Hij was boer in Bunne. Het gebouw bestond toen uit een huis, een keuken en bouwhuis. Alle landerijen en het Huis te Bunne werden in 1700 aangekocht door Joannes Wolters, broer van de schulte van Vries, Lambert Wolters. Hij betaalde er f 1700,- voor. Vele eigenaren volgden. Door vererving veranderde het boerenbedrijf steeds van eigenaar. Er vonden verbouwingen plaats en de omvang en het uiterlijk van het oorspronkelijke huis veranderden. Er kwam een einde aan het Huis te Bunne. Van het oorspronkelijke gebouw is nauwelijks iets bewaard gebleven.

De gebouwen van het Huis te Bunne
In 1642, 1645 en 1646 zijn er nauwkeurige aantekeningen van de bebouwing en het terrein van de commanderij gemaakt. Daniël van Wahren met zijn gezin woonde toen in het huis. In de oude papieren staat: ‘het olde steenhuis met de beijde verdiepingen’ met een lengte van 8 gebinten (circa 21 m) elk gebint 20 voeten breed (circa 5.80m), met daarbij een hof; een ‘keucken’ met een lengte van 5 gebinten (circa 12 m); een ‘bouhuis’ met een lengte van 6 gebinten (circa 15 m) Verder worden een vijver (een weiert), een singel en grachten genoemd.

Reconstructie van het steenhuis voor en na verwijdering van de verdieping (Bureau Monumentenzorg).

In 1646 wordt er een nieuwe keuken met pannen gebouwd door de zoon van Daniël van Wahren, Conraed Hombrecht van Wahren. En er komt een ‘pleysier hoff’ bij. In 1750 bestond het geheel uit: De kamer of opkamer van circa 9.80 m lang en 5.80 m breed. Er is sprake van het ‘olde getimmer’ beneden; een ‘kueken’ van circa 9 m lang en 5.80 m breed. Het schaaphok is er bijgekomen. Herinneringen van oud bewoners uit het begin van de 19e eeuw vermelden een zware houten brug over de gracht en een stenen poort aan het begin van de laan naar de boerderij. In het gebouw zaten glas-in-loodramen met afbeeldingen van familiewapens.

Steeds werden de gebouwen aangepast aan de bedrijfsvoering. Zo ontstond in de loop der tijd een boerderij die in niets meer lijkt op het oorspronkelijke huis. Landbouwers volgden elkaar op en pasten hun boerderij aan de eisen der tijd aan. De gebroeders Hofstee woonden er in het begin van de 20e eeuw. In 1936 kochten zij het bedrijf van de familie Vedder. Tot 1992 oefenden de gebroeders er hun bedrijf uit.

Een legende
Aan het eind van dit artikel een legende die zich afspeelt in Het Huis te Bunne in 1661. Eerst de legende met de titel ‘Bloedkamer’. Joachim Frans Ubbena werd in 1661 in zijn kamer op het Huis te Bunne met een mes door een landbouwer uit Een vermoord. Ze waren het niet eens over de betaling van een huursom. De bewoners uit de regio vertelden dat het bloed tegen de wand was gespat en niet kon worden verwijderd. Telkens wanneer de muur opnieuw werd gewit, kwamen de bloedvlekken weer tevoorschijn. De kamer kreeg hierdoor de naam ‘bloedkamer’. Het vertrek werd nauwelijks betreden uit angst voor de bloedvlekken. Het werd nimmer meer gebruikt als woon- of slaapvertrek. Het werd een bergplaats. Er is van dit verhaal nog iets bekend bij een bewoner van de latere boerderij. Zij is een dochter van één van de broers Hofstee. Mevrouw Tineke Dijkstra-Hofstee geeft in een telefonisch vraaggesprek aan dat zij de legende van de ‘bloedkamer’ wel kent. Ze vertelt dat een muur in de kelder de vlekken zou hebben vertoond. Ze weet niet of meer mensen uit Bunne of omgeving deze legende kennen. Tineke is geboren in de boerderij die staat op de plaats waar het Huis te Bunne heeft gestaan. Ze heeft er vele jaren gewoond. Op mijn vraag of ze wist of er nog meer resten in hun boerderij waren die aan het Huis te Bunne herinneren vertelt ze het volgende: “In muren zaten grote kloostermoppen uit het voormalige huis. Verder was er nog een zogenaamde Bremervloer, een vloer van grauwe zandsteen”. Haar vader vertelde dat in het gras dichtbij de boerderij oude kruiden en groenten opkwamen die door de nonnetjes waren verbouwd.

Een leuke laatste anekdote over de nonnetjes is dat ze in een oude vijver, vroeger weiert geheten, zwommen. Waarschijnlijk hoorde deze vijver bij het klooster. Of het zwemmen wel paste bij de strenge huisregels van het klooster is de vraag. Deze weiert zou gelegen hebben aan de oude weg van Bunne naar Bunnerveen, bij een splitsing van wegen. Het is verrassend dat iemand nog zoveel weet van een eeuwen oud huis. Ik ben nieuwsgierig of er meer mensen zijn die informatie hebben over het Huis te Bunne. Vooral of ze de legende van de ‘bloedkamer’ kennen. Als dat zo is neem dan contact op met de historische vereniging of met mij.

Bronnen:
Eigen archief historische vereniging Vries Huizen van Stand; Jan Bosch e.a.
Van Stoefgat tot Kiekeveer; De historie van Bunne, Winde en Bunnerveen
Drentse Volks Almanak
Schriftelijke informatie van dhr. R. Huizing, Bunne
Mondelinge informatie van mevr. T. Dijkstra-Hofstee, Vries