
Onze oud‑dorpsgenoot -Maarten Smeenge- die normaal ingewikkelde formules oplost, besloot dit jaar in zijn thuisstad Nijmegen de 4‑daagse te lopen. Hij had zich natuurlijk perfect voorbereid. Maandenlang trainen, speciale schoenen die volgens de verkoper “door NASA waren getest”, sokken die volgens hem “perfecte wrijvingswaarden” hadden, en natuurlijk wandelwol, want zelfs een natuurkundige weet dat je blaren niet kunt wegrekenen. Kortom: hij was er klaar voor.
De eerste dag ging nog best soepel. Na tien uur was hij binnen, al moest zijn knie wel worden ingetaped. Volgens hem “mechanische stabilisatie” door een fysiotherapeut, volgens anderen gewoon een rol tape die per ongeluk was blijven hangen. Maar goed, hij kon weer door.
Op dag twee begonnen de blaren. Niet ideaal, zeker niet op de dag waarop veel mensen stoppen. Maar hij liep door. Hij zei dat hij “de pijn kon modelleren”, wat waarschijnlijk betekende dat hij gewoon heel hard zijn best deed.
Na de 7‑heuvelen werd het stil. Geen bericht, geen foto, helemaal niets. Sommigen dachten dat hij een heuvel had gebruikt om een experiment te doen. Anderen dachten dat hij misschien een wandelgroep had overtuigd dat hij een soort bewegende natuurkundeles was. Maar op dag vier stond hij er toch gewoon weer.
Gelukkig was hij gechipt, zodat we hem konden volgen. Nou ja… volgen… het leek meer op kijken naar een GPS‑punt dat af en toe een stap deed en dan weer tien minuten stilstond. De laatste kilometers ging het tempo zó omlaag dat wij ons afvroegen of hij misschien achteruit liep. Was de Via Gladiola hem te veel geworden? Of was hij aan het berekenen hoeveel energie hij nog nodig had, maar bleef hangen in de berekening?
Maar 500 meter voor de finish werd duidelijk wat er aan de hand was. Hij was helemaal bedolven onder gladiolen. Niet een paar bloemen, maar een enorme berg. Hij kon de weg niet meer zien. Hij kon zijn begeleiders niet meer horen. Volgens omstanders was hij een soort “een wandelende bloemenberg” was geworden. Een kind riep zelfs: “Kijk mama, een lopend tuincentrum!”
Met hulp van twee begeleiders -die hem als een wankele botanische reus overeind hielden- heeft hij de laatste 500 meter toch gehaald. En jawel: hij mocht het felbegeerde kruisje opspelden.
En zo werd onze natuurkundige oud-dorpsgenoot niet alleen een finisher, maar ook de eerste deelnemer ooit die bijna uitviel door te veel bloemen.
